Lezen in het mbo: “Taal is van alle docenten”
Taal speelt een rol in alles wat mbo-studenten doen: van het volgen van lessen tot stages en examens. Dat ziet Geert de Brouwer dagelijks in zijn werk als docent Nederlands, mentor en taalcoördinator. Binnen Yonder is taalbewust beroepsonderwijs een belangrijke pijler in het taalbeleid. Dat betekent dat taal niet alleen thuishoort in de les Nederlands, maar in álle vakken. “Pas als alle docenten daar aandacht voor hebben, zie je echt verbetering,” zegt Geert. “Taal is van ons allemaal.”
Taal bewuster inzetten
Als taalcoördinator is Geert betrokken bij het ontwikkelen en implementeren van het taalbeleid. Samen met de andere taalcoördinatoren ondersteunt hij collega’s en helpt hen om taalbewuster te kijken naar hun lessen. Dat kan iets kleins zijn, zoals letten op vaktaal, woordenschat of tekstniveau, maar ook iets groters, zoals samen nadenken over beoordelingscriteria voor presentaties of verslagen. Door scholing en samenwerking ontstaat langzaam een olievlek: steeds meer docenten zetten taal bewuster in tijdens hun lessen.
Een andere belangrijke pijler binnen het taalbeleid is de focus op studenten die instromen met Nederlands als tweede taal (NT2). “Voorheen kwamen deze studenten vaak terecht in aparte opleidingen of trajecten, zoals schakelklassen of het inburgeringsonderwijs,” legt Geert uit. “Nu zien we dat nieuwkomers steeds vaker instromen in reguliere mbo-opleidingen. Dat vraagt om bewuste aandacht voor taal, zodat deze studenten zich goed kunnen ontwikkelen binnen hun opleiding.”
Enthousiaste docenten
Een belangrijk onderdeel van taalontwikkeling is lezen. Toch is leesbevordering geen vanzelfsprekend thema binnen het taalbeleid. Geert vertelt dat de focus binnen de lessen Nederlands vooral ligt op examens: lezen, luisteren, schrijven en het voeren van gesprekken. “In het curriculum staat niet dat je aan leesplezier móét werken. Wat je ziet is dat vooral enthousiaste docenten het oppakken. Vanuit vakkennis en overtuiging weten zij hoe belangrijk lezen is voor de taalontwikkeling.”
Bijna elke docent Nederlands is enthousiast over lezen binnen Yonder. “De vraag is vaak: Hoe pas je het in je lesprogramma? Heb je draagvlak of sta je er alleen voor? Bij de ICT-opleiding was er gelukkig veel draagvlak, waardoor we konden ontwikkelen en experimenteren.” Samen met zijn collega Arold Roestenburg ontwikkelde Geert een lessenreeks om meer aandacht te vestigen op leesplezier. Ze begonnen simpel: elke les starten met een kwartier lezen. “Iedereen neemt een boek mee, en ik lees zelf ook. Dat voorbeeldgedrag is belangrijk.”
Het vergroten van leesplezier
In het begin kozen studenten vaak een willekeurig boek, het dunste exemplaar of iets wat toevallig voorhanden was. Geert merkte dat studenten vaak niet weten welk aanbod er allemaal is of waar hun interesses liggen. Daarom werd de lessenreeks uitgebreid met aandacht voor boekkeuze.
Studenten denken nu eerst in de breedte na over wat ze leuk vinden: films, series, hobby’s. “Als je van spanning houdt op Netflix, is de kans groot dat je dat ook in boeken leuk vindt,” legt Geert uit. “Door die koppeling te maken, sluiten boeken beter aan bij de leefwereld van studenten.” Een belangrijk uitgangspunt in de aanpak is keuzevrijheid. “Keuzevrijheid is echt cruciaal. Zodra je zegt: het moet van deze lijst en dit of dat mag niet, dan werkt het niet. Manga’s, young adult, spannende boeken, alles mag, zolang het past bij de student.”
"Dat studenten kunnen verwoorden wat ze graag lezen en waarom, dát vind ik al winst."
Leesautobiografie
Om beter zicht te krijgen op de leeservaringen van studenten, werken ze in de lessenreeks met leesautobiografieën. Studenten schrijven daarin over hun ervaringen met lezen: wat ze vroeger lazen, wat ze leuk of juist lastig vonden en welke momenten bepalend zijn geweest. “Voor veel studenten is dat de eerste keer dat ze echt stilstaan bij hun eigen leesgeschiedenis.”
“De leesautobiografie biedt inzicht in welke leesinteresses ze hebben en door welke boeken die zijn ontstaan.” Toch ziet Geert in de leesautobiografie ook regelmatig terug waar het misgaat. “Vaak in het voortgezet onderwijs, met het verplicht lezen. Studenten geven aan dat ze voorheen zelf nog weleens lazen, maar dat het plezier wegging door het verplicht lezen van de lijst.”
Winst zit in de kleine dingen
“Het doel van de lessenreeks is niet om van iedereen een fanatieke lezer te maken. Dat is ook niet realistisch,” benadrukt Geert. “Maar dat studenten kunnen verwoorden wat ze graag lezen en waarom, dát vind ik al winst. Ik merk dat lezen aan het eind van het studiejaar als minder ‘verschrikkelijk’ wordt ervaren. Dat soort kleine verschuivingen zijn waardevol.”
Geert hoopt op structurele aandacht voor lezen in het mbo, ondersteund door een kwalitatieve collectie op school. “Geen klassieke schoolbibliotheek per se, maar een aantrekkelijke selectie boeken en inspirerende plekken waar studenten zelfstandig kunnen lezen.” Daarin ziet hij ook kansen voor samenwerking met de Bibliotheek: “De expertise bij bibliotheken is ontzettend waardevol, vooral als het gaat om leesbevordering en collectie. Nu ligt de focus vaak nog op primair onderwijs en het voortgezet onderwijs. Hoe mooi zou het zijn als we ook voor het mbo de krachten kunnen bundelen?”