Maak het verschil – samen bouwen aan leeskracht in het vo en mbo

Gepubliceerd op: 17 november 2025 10:45

Wie niet goed kan lezen, mist kansen. Op school, op de arbeidsmarkt en in de samenleving. Goed kunnen lezen is de basis om mee te doen. Toch neemt de leesmotivatie van jongeren al jaren af. Hoe keren we dat tij? En hoe maken we écht het verschil? Die vragen brachten op 6 november bijna honderd professionals uit het vo, mbo en bibliotheken samen bij MindLabs in Tilburg voor de inspiratiebijeenkomst ‘Maak het verschil’.

Ingrid de Jong, projectleider bij het Leesoffensief Brabant, opent de middag met een aanstekelijke oproep om voorbij de cijfers te kijken. “Vandaag richten we de blik niet op wat er níet goed gaat, maar op wat er gebeurt als we sámen gaan voor leeskracht. De tien kinderen in onze campagne laten zien voor wie we het eigenlijk doen, en waarom. We merken dat het mensen echt iets doet om de gezichten erbij te zien. Cijfers blijven abstract, maar verhalen blijven hangen. En daar gaan we vandaag samen verder mee aan de slag.”

Een verhaal dat raakt

Wie kan beter vertellen over de rol van taal en lezen in het toekomstperspectief van jongeren dan iemand die dat zelf heeft ervaren? De zaal wordt stil als Milio van de Kamp - socioloog, schrijver en docent aan de Universiteit van Amsterdam - zijn verhaal vertelt. Milio groeide op in een achterstandswijk in Amsterdam-West, in een gezin dat leefde onder de druk van armoede. De financiële zorgen en onzekere omstandigheden waren elke dag aanwezig. “De muren zaten vol vocht, de rekeningen stapelden zich op. En op een dag zaten we zonder gas, zonder licht en zonder warm water. Je beseft pas wat dat betekent als het er niet meer is.”

Hij vertelt over zijn moeder, die ondanks haar hartproblemen en gebrek aan diploma’s bleef vechten voor een beter bestaan. Over hoe armoede niet alleen een kwestie van geld is, maar ook van macht, kansen en waardigheid. “Elke ochtend dat ik mijn voeten op de ijskoude vloer zette, wist ik: ik hoor er niet helemaal bij.”

Van verbeelding naar veerkracht

Milio ontdekte al jong de kracht van verhalen. Op zijn basisschool vond hij een vergeelde editie van De wondersloffen van Sjakie. Later, op zolder, een Engelse editie van The Hobbit. “Ik begreep er niet alles van, maar het greep me. Het liet me zien dat er meer was dan mijn eigen wereld.” 
 
Zijn verhaal is er een van doorzettingskracht, maar ook van de grenzen die ongelijkheid oplegt. Op school kreeg hij niet altijd het vertrouwen dat hij nodig had. “Toen ik zei dat ik psycholoog wilde worden, zei een docent: ‘Misschien moet je iets lager mikken.’ Niet uit kwaadheid, maar uit goedbedoelde bescherming. Dát is het pijnlijkste van kansenongelijkheid; dat het vaak bedekt is met goede intenties.”

Onderwijs als brug naar verhalen

Zijn boodschap aan het onderwijs is helder: kijk niet naar wat jongeren missen, maar naar wat er al is. “We moeten niet verwachten dat jongeren zich aanpassen aan de wereld van literatuur. We moeten literatuur dichterbij brengen. Dat kan ook via hiphop, spoken word of andere vormen van woordkunst. Als we die brug durven slaan, kunnen we echt iets veranderen.”  
 
Tijdens de vragenronde vertelt Milio hoe hij inmiddels zelf eerstegeneratie-studenten begeleidt. “Ze stellen me dezelfde vragen die ik tien jaar geleden had - of ze hier wel thuishoren, of ze het kunnen maken in een wereld die niet voor hen lijkt te zijn gemaakt. Dat zegt genoeg: de kloof is er nog steeds. Daarom blijft lezen, en de toegang tot verhalen, van levensbelang.”

Taalbewust onderwijs

Na de keynote volgen verschillende deelsessies vol inspiratie uit de praktijk. In dit verslag lichten we er twee uit. Eerst het verhaal van Marjolein Simons en Geert de Brouwer van mbo-instelling Yonder, die laten zien hoe taalbewust onderwijs het verschil kan maken in elke les.  
 
Yonder verankert taalontwikkeling structureel in het onderwijs, de piramide van de drieslag taal. De basis bestaat uit taalbewust onderwijs: taal als vast onderdeel van élk vak, niet alleen het vak Nederlands. Op die manier dragen alle lessen bij aan de functionele taalvaardigheid van studenten. Daarboven liggen de lessen Nederlands, gericht op functionele en technische taalvaardigheid, zoveel mogelijk gekoppeld aan de beroepspraktijk. De top van de piramide wordt gevormd door ondersteuningslessen voor studenten die extra hulp nodig hebben, bijvoorbeeld bij dyslexie of een taalachterstand. 
 
“Met alleen extra lessen Nederlands red je het niet”, benadrukt Geert. “Taalontwikkeling gebeurt de hele dag door, in elk vak en elk gesprek. Taal is de sleutel tot leren en samenwerken.” Lezen speelt een belangrijke rol in deze taalontwikkeling. Het draagt bij aan: woordenschat, grammatica, tekstbegrip, schrijfvaardigheid en leerautonomie. In alle vakken is dan ook aandacht voor tekst; van instructies tot beroepsartikelen.

Verhalen die verbinden

“Als docent stel ik me elk jaar voor aan mijn studenten aan de hand van boeken”, vertelt Geert. “Dat is een verrassende binnenkomer, maar het is vooral een manier om verbinding te maken. Als je vertelt wat jij leest, durven studenten dat ook.” De deelnemers gingen vervolgens zelf aan de slag met de vraag: welk boek zegt iets over jou? In kleine groepjes ontstonden levendige gesprekken; precies de interactie die Geert ook in zijn lessen wil zien. 
 
Een andere werkvorm die hij toelicht is de leesautobiografie: studenten schrijven over hun eigen leesgeschiedenis. “Niet om te beoordelen, maar om bewustwording te creëren. Waar komt je leesplezier vandaan? Wanneer ben je het kwijtgeraakt?” Ook het denken in genres werkt motiverend. “Niet: welk boek moet ik lezen? Maar: welk soort verhaal past bij mij?” De website van de Jeugdbibliotheek helpt studenten om hun voorkeuren te ontdekken. 

Commitment op alle lagen

Wat in de klas begint met kleine gebaren en persoonlijke verhalen, vraagt achter de schermen om een stevige basis. Want om taalbewust onderwijs écht te laten landen en structureel te verankeren, is meer nodig dan enthousiasme alleen. Volgens Marjolein draait het om vijf pijlers:

  • een gedeelde visie en betrokkenheid van de schoolleiding
  • beleid waarin taalontwikkeling is verankerd
  • middelen en tijd
  • competente docenten met scholing in taalbewust lesgeven
  • blijvende borging in plannen en rapportages


Marjolein sluit af: “Verandering vraagt niet alleen commitment op alle lagen, maar ook geduld. Scholing, ontwikkeling, bewustwording: het kost allemaal tijd. Resultaten van taalbewust onderwijs zijn dan ook niet op korte termijn meetbaar, maar we twijfelen er niet aan dat ze er wel degelijk zijn.”  

Burgerschap begint met gesprek

In de deelsessie van Nathalie Lemmen, projectleider bij het Samenwerkingsverband 1572-gemeenten/Geboorte van Nederland, laat ze zien hoe het programma Jongeren van Waarden burgerschapsonderwijs tot leven brengt. Het programma is ontwikkeld in samenwerking met het Samenwerkingsverband en wordt de komende jaren gratis beschikbaar gesteld aan scholen, bibliotheken, wijk- en jeugdcentra en gemeenten. Het sluit zoveel mogelijk aan bij de nieuwe kwalificatie-eisen voor burgerschapsonderwijs in het mbo, maar is ook goed bruikbaar in het voortgezet onderwijs.

Geen theorie of dikke handboeken, maar gesprekken die ertoe doen. De basis: vier kernwaarden die mede het fundament van onze samenleving vormen: vrijheid, verdraagzaamheid, verbondenheid en verscheidenheid. “Burgerschap ontstaat niet uit lesstof, maar uit dialoog”, benadrukt Nathalie. “Door samen te praten over waarden leren jongeren niet alleen over de samenleving, maar vooral over zichzelf en elkaar.”

Dialoog in plaats van debat 

De workshop laat jongeren ervaren hoe je met elkaar in gesprek gaat over waarden, in plaats van te discussiëren over wie gelijk heeft. Deelnemers maken kennis met een interactieve les die stap voor stap is opgebouwd. Die begint met de vraag: hoe zou jij Nederlanders in het buitenland beschrijven? Vervolgens duiken ze via historische voorbeelden en moderne rolmodellen zoals Taylor Swift, Harry Styles en Tim Hofman in de vier waarden. Zo ontdekken ze dat begrippen als vrijheid of verdraagzaamheid niet vanzelfsprekend zijn, maar gevormd worden door geschiedenis, cultuur en persoonlijke ervaringen. 
 
Bij elk thema horen korte filmpjes en banners die het gesprek op gang brengen. De begeleiding is daarbij heel belangrijk: de docent of begeleider creëert een veilige ruimte waarin jongeren vrijuit kunnen praten en verschillen mogen bestaan. Nathalie: “Het gaat niet om gelijk krijgen, maar om elkaar beter begrijpen.” Tot slot leren deelnemers hoe ze deze lesvorm zelf kunnen inzetten; bijvoorbeeld door jongeren te begeleiden bij het bedenken van een waardenvol project in hun eigen omgeving. 
 

Van waarden naar actie 

De kracht van Jongeren van Waarden ligt in de laagdrempeligheid én de diepgang. Alle materialen – van filmpjes en banners tot handleidingen en werkbladen – zijn te vinden op een overzichtelijke padlet. Docenten kunnen het programma eenvoudig gebruiken binnen lessen burgerschap, maatschappijleer of Nederlands. De nadruk ligt niet op kennisoverdracht, maar op reflectie, empathie en samenwerking. Vaardigheden die belangrijk zijn in een diverse samenleving. 

Leeskracht voor het leven 

De inspiratiebijeenkomst liet zien hoeveel energie er vrijkomt wanneer verhalen, taal en leesplezier samenkomen. Het ging dit keer niet om structuren of afspraken, maar om de vonk die overslaat als iemand geraakt wordt door een boek, een leerling nieuwsgierig wordt naar een verhaal of een docent die iets nieuws probeert. De kracht van lezen zit in die momenten van herkenning en verwondering, groot of klein. Zo bouwen we stap voor stap aan leeskracht die blijft, en die je leven op onverwachte manieren kan verrijken.

De bijeenkomst is een initiatief van het Leesoffensief Brabant, waarin Brabantse bibliotheken, Cubiss, gemeenten, de provincie, kinderopvang en onderwijsinstellingen samenwerken. Samen bouwen we aan een beweging die de leesmotivatie en leesvaardigheid van jongeren versterkt, zodat lezen voor elke leerling in Brabant vanzelfsprekend is.

Bekijk de presentaties van deze dag